| 1. In de maand leggen alle vogels een . |
| 2. Het is nu eenmaal een feit: prei groeit heel goed op . |
| 3. Mijn zusje speelt in de tuin met een teil en daarin drijft een bootje met een . |
| 4. Naast ons huis ligt een wei, daarop graast een . |
| 5. Mijn zusje is nog klein en speelt alleen op het . |
| 6. Op het plein ligt een kei, die komt van de . |
| 7. Moeder droogt de teil af met een nieuwe . |