Spelling - groep 6 blok 3 week 3 les 4

  
....Spelling

Schrijf de woorden op de juiste regel.
paleis - flauw - astronaut - dweil - eetlepel - gedaante - gordijn - inhoud - klinkers - oerwoud - oppassen - bijna
......


Maak de woorden af en schrijf ze op.
Kies uit : ge - be - ver
1. De drieger werd zelf bedrogen.
2. Het haal loopt gelukkig goed af.
3. Wij zijn dwaald in het bos.
4. Wat een leuk boortekaartje !
5. De zoekers houden goed afstand.
6. Ben jij ook slaafd aan chocolade ?



Schrijf het woord met d of t op, eerst in het meervoud en daarna in het enkelvoud..
1. astronau... 4. schul....
2. elan.... 5. meervou....
3. hitlijs... 6. wedstrij.....
meervoud enkelvoud meervoud enkelvoud
1. 4.
2. 5.
3. 6.


Maak af en schrijf de woorden op.
1. Ik draag een bl..we tr..wjurk.
2. Wie is de ..genaar van deze ..ssalon?
3. Ik kl..ter aan het t..w naar boven.
Dat z..lschip is v..ftig jaar oud.
5. Er zijn vijf m..den van de part...


Maak de woorden af en schrijf ze op.
Kies uit : d - dd - t - tt - ei - ij - au - ou
bran..spui.. r..st..d
schrijff..t ..wi..en
kers..fees.. broo..eeg
vracht..to k..zerr..k