volgende
=>
Spelling - groep 6 blok 5 week 2 les 4
Schrijf de juiste persoonsvorm van het werkwoord op.
wach
t
en
Hij
bij de halte van de bus.
wroe
en
Het vieze varken
in de modder.
vin
en
Marjolein
hagelslag lekkerder dan pindakaas.
moe
en
Jordan
vanmiddag naar de tandarts.
me
en
David
de hoogte van de tafel.
bie
en
Ik
jou vijftig euro voor die fiets.
Schrijf de juiste persoonsvorm van het werkwoord op.
ik-vorm
ander
hele werkwoord
ik loop
hij
wij
ik
jij
wij weten
ik
jij wordt
zij
ik zit
de hond
jullie
ik bid
oma
wij
ik
Sam
Ko en Mo durven
Schrijf het meervoud op.
één tor
twee
één visgraat
twee
één schuur
twee
één graad
twee
één vlag
twee
één lichaam
twee
één keer
twee
één stip
twee
één koor
twee
één kruidnoot
twee
Schrijf de juiste persoonsvorm van het werkwoord op.
tokkelen
Tamara
op haar gitaar.
praten
Jij
alleen maar over jezelf.
graven
Ik
een kuil in de zandbak.
laden
De boerin
balen stro in de aanhanger.
lezen
Jij
hoofdstuk 2 en Tom
hoofdstuk 3.
leggen
Ik
de messen in de la,
controleer
Hint
OK
volgende
=>