volgende
=>
Spelling - groep 4 blok 5 week 4 les 2
Schrijf de woorden bij cht of ch.
vacht - joch - echt - toch - zicht
klacht - kuch - nacht - lucht
cht
cht
ch
Schrijf woorden uit de categorie specht.
1. Marleen is mijn n
.
2. Tom werkt als kn
.
3. Ons huis is verk
.
4. Opa z
eens diep.
5. Emma is blij. Ze l
.
Zeg en schrijf het woord.
Welk woord in de rij rijmt niet?
vlecht - echt - nacht - recht
kracht - pracht - gedicht - lacht
lucht - tocht - vlucht - zucht
mocht - bocht - zocht - vrucht
Maak de woorden af met ch, acht, echt, icht, ocht, of ucht aan het eind.
1. Ik heb altijd pe
, zegt Saar.
2. De brug zit net di
.
3. Ik krijg een bal n mijn gez
.
4. Mijn fietsband is z
.
5. Ik val in de gr
.
6. Alles gaat sl
, alles gaat stuk.
7. Ik heb -
waar - nooit eens geluk.
controleer
Hint
OK
volgende
=>