Spelling - groep 4 blok 5 week 3 les 2

  
....Spelling


Zeg het woord en schrijf het op.
.... ..
één een één
drie drie vier
.. ..<..b>
een één een
twee twee meer


Schrijf de woorden met een d of t.
Zeg het woord Maak er meer van. Je hoorde een d of t - Je schrijft:
lan..landen het land
pun.. de
vel.. het
hel.. de


Schrijf een rijmwoord achter het eerste woord, kies uit:
spoed - gewond - zand - taart - woord - raad - kind - klant
wind .. strand
bloed haard
zaad poort
rond plant


Schrijf de woorden op met een d of t.
1. Doortje schrijft een som op het bor...
2. Ik pak een boek uit de kas...
3. Meester Joep laat een win...
4. Faas wil een plan.. met witte bloemen.
5. Naomi heeft bloe.. op haar knie.


Vul in elke zin twee woorden in. Kies uit:
vreemd - brand - naald - draad - hoofd - geluid - strand - rood
1. Opa naait met en . ..
2. Er is bij de hut op het .
3. Rinse bloost en krijgt een .
4. Moena hoort een .