| Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin? |
| 1. De juffrouw gaf hem een flinke waarschuwing. | | | | |
| Wat is het hulpwerkwoord in de zin? |
| 2. Kees-Jan had zijn huiswerk weer niet geleerd. | | | | |
| Wat is het voltooid deelwoord in de zin? |
| 3. Hij heeft beterschap beloofd aan de juf. | |
| Wat is de persoonsvorm in de zin? |
| 4. De juf geeft hem een aai over zijn hoofd. | |
| Wat is het onderwerp in de zin? |
| 5. Zijn kleine zusje was haar knuffel kwijt. | |
| Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin? |
| 6. Hij had hem gevonden in de zandbak. | |