Spelling - groep 5 nummer 318

  
..Spelling..

Wat is het werkwoord in de volgende zinnen?
Hij maakt zijn huiswerk altijd heel goed.
De meester vindt meestal weinig of geen fouten in mijn werk.
Het brandalarm klinkt heel doordringend.
De fietsenmaker repareerde mijn achterband binnen een kwartiertje.
De brand verwoestte slechts een klein deel van het bos.


Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zinnen?
Ik berg de oude foto's op in de gangkast...
Ik leeg de volle prullenbak.
Ik maak samen met mama een lekkere slagroomtaart.
Ik loop langs het huis van mijn beste vriendin.
Wij krijgen een jong katje van onze buurvrouw.


Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zinnen?
Ik schrijf een mooi verhaal.
Je hebt een leuke broek aan,
Ik berg de oude foto op.
Heb jij een doelpunt gemaakt ?
Mijn moeder ligt lekker te slapen.