| Hij maakt zijn huiswerk altijd heel goed. | |
| De meester vindt meestal weinig of geen fouten in mijn werk. | |
| Het brandalarm klinkt heel doordringend. | |
| De fietsenmaker repareerde mijn achterband binnen een kwartiertje. | |
| De brand verwoestte slechts een klein deel van het bos. | |
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zinnen? |