Staal groep 7 thema 3 les 1

  
Staal groep 7

Welke woord kies je uit?
dimmen - flakkeren - de fitting - aansluiten - fluorescerend
Iets verbinden met iets.
Dempen, minder fel laten schijnen.
Een houder waarin je een gloeilamp plaats.
Onrustig branden ( van een vlam).
Licht uitstralen dat eerder opgevangen is.

Welke woord kies je uit?
kunstmatig - de lichtbron - infrarood - de levensduur - natuurlijk
Soort licht dat mensen niet kunnen zien, maar wel kunnen
voelen als warmte. Sommige dieren kunnen dit licht wel zien.
Door mensen gemaakt. Het tegengestelde van natuurlijk.
De tijd dat iets meegaat.
Een voorwerp dat licht geeft.
Alles wat met de natuur te maken heeft, niet door mensen
gemaakt. Het tegenstelde van kunstmatig.

Welke woord kies je uit?
het principe - sfeervol - de reflector - het schijnsel - het neonlicht
Fel gekleurd licht uit glazen buizen, dat vaak voor reclame wordt gebruikt.
De manier waarop iets werkt of in elkaar zit.
Een voorwerp dat licht terugkaatst.
Zacht licht of zwak licht.
Met veel sfeer. Als iets gezelligheid uitstraalt.

Welke woord kies je uit?
het verschijnsel - het weerlicht - sneuvelen - ultraviolet - verblinden
Kapotgaan.
De straling van de zon die je niet kunt zien, maar waar je wel bruin van wordt.
Licht in iemands oog schijnen, waardoor iemand even niets kan zien.
Iets wat zich voordoet, zoals volle maan of de bliksem.
Het licht van de bliksem, zonder flits. (Bliksemlicht in de verte)