Staal groep 6 thema 6 les 5

  
Staal groep 6

Welke woord kies je uit?
het eiwit - het eetpatroon - de calorie - in balans - gevarieerd
Een maat voor de hoeveelheid energie in eten.
Wat je elke dag eet en hoe laat.
Een voedingsstof die nodig is om je lichaam mee op te bouwen.
Met veel afwisseling, steeds iets anders.
In evenwicht.

Welke woord kies je uit?
de pasta - de koolhydraat - het onverzadigde vet - (vet) opslaan - leveren
Italiaaans eten van deeg. Bijvoorbeeld macaroni en spaghetti
Geven, zodat er iets mee gedaan kan worden.
Een soort vet, zoals olie.
Een voedingsstof die zorgt voor energie en brandstof voor
je lichaam. Het zit veel in bijvoorbeeld brood en pasta.
Vet bewaren in je lichaam.

Welke woord kies je uit?
de vegetariër - het verzadigd vet - de peulvrucht - de vezel - verbruiken
Lange vrucht met boontjes erin, bijvoorbeeld bonen of erwten.
Iemand die geen vlees en vis eet.
Opmaken door het te gebruiken.
Een soort vet, zoals boter.
Een deel van een plant, dat lijkt op een draad.

Welke woord kies je uit?
de vleesvervanger - voedzaam - de vitamine - de zuivel - voldaan
Een stof die in eten zit en die nodig is om gezond te blijven.
Een product dat je kunt eten in plaats van vlees.
Voedzaam eten laat het gevoel van honger snel verdwijnen..
Melk en alle etenswaren die van melk zijn gemaakt.
Bijvoorbeeld yoghurt, kwark en kaas.
Tevreden. Als je goed gegeten hebt, heb je dat gevoel.