Staal groep 6 thema 3 les 5

  
Staal groep 6

Welke woord kies je uit?
afgezonderd - aan dek - contact onderhouden - in nood zijn - de aanvaring
Buiten op de vloer van een schip.
Een botsing bij het varen.
Apart, alleen, eenzaam.
Met elkaar praten of schrijven als je niet bij elkaar kunt zijn.
In grote moeilijkheden of in gevaar zijn.

Welke woord kies je uit?
de kooi - de marine - omkomen - het noodsignaal - het internaat
Een plek waar kinderen door de weeks wonen.
Een bed in een schip.
Het deel van het leger dat op schepen en op het water werkt.
Een teken dat je geeft als je in nood bent.
Doodgaan door een ongeluk.

Welke woord kies je uit?
de passagier - de reddingsactie - onderbrengen - het passagiersschip - de overtocht
Zorgen dat iemand veilig is en goed verzorgd wordt.
Een reis over het water.
Iemand die reist in een auto, trein of schip.
Een schip dat gemaakt is om veel mensen te vervoeren.
Wat je doet om iemand die in nood is te helpen.

Welke woord kies je uit?
de veerboot - tragisch - vergaan - het schipperskind - de scheepsramp
Een groot en ernstig ongeluk met een schip.
Kind van ouders die op een binnenvaartschip wonen en werken.
Heel erg droevig, maar niemand kan er iets aan doen.
Een boot die dagelijks tussen twee plaatsen vaart.
Zinken na een ongeluk.